10 Eindejaarstips 2025
Op welke manier kun je dit jaar nog fiscaal voordeel halen? Hieronder vind je 10 eindejaarstips!
1. Verlaag jouw box 3-vermogen
In box 3 betaal je belasting over jouw inkomen uit sparen en beleggen. Denk daarbij aan spaargeld, aandelen of een tweede woning. Door het box 3-vermogen te verlagen kun je de belastingheffing hierover verminderen.
Je betaalt alleen belasting als je vermogen op 1 januari van het jaar boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. In 2026 is dit € 59.357 (bij fiscaal partners: € 118.714).
Je kunt jouw box 3-vermogen verlagen door bijvoorbeeld:
- Nog dit jaar een aankoop te doen van een duur goed dat niet tot het box 3-vermogen wordt gerekend (zoals een auto);
- Extra af te lossen op de hypotheek voor jouw eigen woning;
- Te storten in een lijfrenteproduct (zie ook punt 3);
- Te schenken aan kinderen of kleinkinderen (zie ook punt 6);
- Het storten van spaargeld als agio in jouw B.V.;
Extra voordeel: een lager of geen box 3-inkomen kan ervoor zorgen dat je meer toeslagen ontvangt, zoals zorgtoeslag.
2. Controleer of de tegenbewijsregeling box 3 voor het jaar 2020 zinvol is
Is jouw werkelijke rendement in box 3 lager dan het door de Belastingdienst berekende forfaitaire rendement? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van de Wet tegenbewijsregeling box 3. Het werkelijk rendement kun je doorgeven met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR).
Om voor het belastingjaar 2020 nog gebruik te kunnen maken van de tegenbewijsregeling box 3 moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Jouw definitieve aanslag over 2020 stond op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vast;
- Je dient uiterlijk 31 december 2025 het OWR-formulier of een verzoek om ambtshalve vermindering in.
Let op:
De berekening van het werkelijke rendement wijkt vaak af van wat je zelf verwacht. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee. Wij raden jou daarom aan om met ons hierover te overleggen.
3. Doe een lijfrente storting
Wil je extra sparen voor jouw pensioen? Dit kan met een lijfrenteverzekering of lijfrentebankspaarproduct. De betaalde premie of inleg die je betaalt, mag je aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting indien je een pensioentekort hebt. Later, bij uitkering, betaal je belasting over het ontvangen bedrag.
Het mooie is: vaak is het belastingtarief waartegen je nu aftrekt hoger dan het tarief waartegen je later belasting betaalt. Zo kun je een fiscaal voordeel te behalen.
Daarnaast verlaagt het jouw verzamelinkomen, waardoor je mogelijk meer toeslagen ontvangt, zoals kinderopvangtoeslag.
Nog een voordeel: het opgebouwde lijfrentekapitaal telt niet mee in box 3. Je betaalt dus geen vermogensrendementsheffing over dit bedrag.
Hoeveel je mag aftrekken hangt af van jouw jaarruimte en de reserveringsruimte. Wil je de premie nog aftrekken in de aangifte over 2025? Zorg dan dat de betaling dit jaar plaatsvindt. Houd rekening met de verwerkingstijd bij jouw bank.
4. Investeer nog in 2025 (of juist niet)
Ben je van plan om te investeren in jouw onderneming? Het kan voordelig zijn om dat nog dit jaar te doen – of juist uit te stellen tot 2026. Zo maak je optimaal gebruik van de kleinschaligheidsaftrek (KIA) en betaal je mogelijk minder belasting.
Hoe werkt de KIA?
- Je hebt recht op KIA bij een totaal aan investeringen van minimaal € 2.901 (2025);
- Investeer je meer dan € 392.230 (2025)? Dan vervalt de KIA;
- Investeringen tot € 450 tellen niet mee;
- De KIA geldt voor zowel nieuwe als gebruikte bedrijfsmiddelen.
Let op: voor sommige bedrijfsmiddelen, zoals personenauto’s, geldt géén KIA.
Voor bepaalde energiezuinige en/of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kun je ook recht hebben op Energie-investeringsaftrek (EIA) of Milieu-Investeringsaftrek (MIA).
Verkoop je binnen vijf jaar na aanschaf een bedrijfsmiddel waarvoor je KIA, EIA of MIA hebt genoten? Dan moet je een desinvesteringsbijtelling toepassen.
Heb je plannen om een bedrijfsmiddel te verkopen dat je minder dan vijf jaar geleden hebt gekocht? Dan kan het verstandig zijn om de verkoop pas begin 2026 te doen. Zo voorkom je mogelijk de desinvesteringsbijtelling.
5. Plan de dividenduitkering uit de B.V.
In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. Denk hierbij aan dividend uit je B.V. of de afrekening over de waarde van de aandelen bij overlijden.
Bij een dividenduitkering tot € 67.804 (bij fiscaal partners: € 135.608) betaal je 24,5% belasting. Over het meerdere geldt een tarief van 31%. Het kan daarom interessant zijn om nog in 2025 dividend uit te keren tegen het lage tarief.
Let op: vanaf 2025 telt het box 2-inkomen mee voor de afbouw van de algemene heffingskorting. Hierdoor kan de feitelijke belastingdruk hoger uitvallen dan de genoemde percentages.
Een goede planning van dividenduitkeringen is dus belangrijk.
6. Denk op tijd aan de fiscale gevolgen bij overlijden
De afgelopen tijd is de discussie over de hoogte van de vrijstellingen en tarieven in de erfbelasting weer opgelaaid.
De hoogte van de erfbelasting is afhankelijk van de relatie met de overledene en de vrijstellingen waarvoor erfgenomen in aanmerking komen.
In 2026 geldt voor fiscaal partners en kinderen:
- 10% erfbelasting over een belaste verkrijging tot en met € 158.669;
- Over het meerdere: 20% erfbelasting.
Gelet op deze ontwikkelingen is het verstandig om op tijd na te denken over zaken zoals:
- Een schenkingsplan;
- Bedrijfsopvolging;
- Het regelmatig controleren en updaten van jouw testament.
Wil je in 2025 nog schenken aan jouw (klein)kinderen? Dan kun je gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstellingen:
- Voor kinderen: € 6.713;
- Voor anderen (bijv. kleinkinderen): € 2.690.
Daarnaast geldt voor kinderen van 18 tot 40 jaar onder voorwaarden een eenmalige vrijstelling van:
- € 32.195, of
- € 67.064 voor een dure studie.
7. Check jouw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025
Het is verstandig om jouw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 na afloop van het jaar te (laten) checken om hiermee financiële verrassingen te voorkomen.
De voorlopige aanslag is vaak gebaseerd op oude gegevens. Veranderingen in inkomen, aftrekposten, vermogenssituatie of gezinssituatie kunnen een te hoge of te lage aanslag opleveren.
Met name een te lage aanslag kan vervelende gevolgen hebben. Dit betekent een nabetaling bij de definitieve afrekening, waarover ook nog belastingrente verschuldigd kan zijn.
8. Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak
Vanaf 1 januari 2027 gaan werkgevers extra belasting betalen als zij een fossiele personenauto (CO2-uitstoot groter dan nul) voor het eerst aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik. Let op: woon-werkverkeer telt ook als privégebruik!
De extra belasting bedraagt 12% van de cataloguswaarde.
Voor auto’s die vóór 2027 ter beschikking worden gesteld, geldt de heffing pas vanaf 17 september 2030.
Overweeg je nog een fossiele auto aan te schaffen of te leasen? Houd hier rekening mee, zeker bij contracten met een langere looptijd. Het kan aantrekkelijk zijn om nu al te kiezen voor een emissievrije auto.
Let op: de bijtelling voor de auto van de zaak blijft bestaan.
9. Youngtimerregeling: let op komende wijzigingen!
Rijd je zakelijk in een auto van 15 jaar of ouder? Dan valt deze onder de youngtimerregeling. Bij privégebruik betaal je niet het gebruikelijke bijtellingspercentage over de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar 35% over de dagwaarde van de auto. Omdat de dagwaarde meestal veel lager is dan de nieuwprijs, levert dit doorgaans een aanzienlijk voordeel op.
Belangrijke wijzigingen op komst:
- Vanaf 1 januari 2026: De leeftijdsgrens gaat omhoog naar 16 jaar. Alleen auto’s van 16 jaar of ouder blijven onder de regeling vallen;
- Vanaf 1 januari 2027: De regeling wordt nog strenger. Alleen auto’s van 25 jaar of ouder kwalificeren dan nog als youngtimer.
Let op: Auto’s tussen 16 en 24 jaar oud verliezen vanaf 2027 het fiscale voordeel. Wordt zo’n auto privé gebruikt, dan geldt weer de standaard bijtelling van 25% over de cataloguswaarde in plaats van 35% over de dagwaarde.
Heb je een youngtimer of overweeg je er één aan te schaffen? Houd rekening met deze wijzigingen en bespreek tijdig de gevolgen van jouw situatie.
10. Getrouwd op huwelijkse voorwaarden? Vergeet niet te verrekenen
Ben je op huwelijkse voorwaarden getrouwd en is daarin een jaarlijks verrekenbeding opgenomen? Vergeet dan niet om deze verrekening met jouw partner op te (laten) stellen.
Als je dit nalaat, kan dat bij overlijden of echtscheiding tot vervelende gevolgen leiden. Vaak wordt dan namelijk aangenomen dat je in gemeenschap van goederen was gehuwd.
Heb je jarenlang verzuimd het periodiek verrekenbeding na te leven? Dan kun je met een vaststellingsovereenkomst alsnog de bedoelingen van beide partijen vastleggen.
Heb je vragen of wil je een persoonlijk advies? Neem dan contact op met jouw klantmanager.
