Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Het Belastingplan 2027 is op Prinsjesdag gepresenteerd. De in het Belastingplan 2027 voorgestelde wijzigingen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Een aantal maatregelen is al in een eerder wetsvoorstel opgenomen.
INKOMSTENBELASTING
Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt niet verder verlaagd en blijft in 2027 € 1.200.
Startersaftrek
De startersaftrek wordt in 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10 en per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. Hierdoor betalen startende ondernemers meer inkomstenbelasting. Er komt geen overgangsregeling voor ondernemers die al een onderneming zijn gestart. Ook voor hen daalt de startersaftrek in 2027 en verdwijnt die in 2028.
Willekeurige afschrijving starters
Indien een ondernemer recht heeft op de startersaftrek, mag hij momenteel zelf bepalen hoe snel op bedrijfsmiddelen wordt afgeschreven. Deze regeling heet de willekeurige afschrijving starters. De willekeurige afschrijving starters wordt vanaf 2028 afgeschaft, tegelijk met de startersaftrek. Dat betekent dat vanaf 2028 de gebruikelijke afschrijvingsregels voor bedrijfsmiddelen weer gelden.
Stakingsaftrek
De stakingsaftrek wordt per 2027 verlaagd van € 3.630 naar € 908 en verdwijnt in 2030 helemaal. Hierdoor zal bij beëindiging van een onderneming meer inkomstenbelasting verschuldigd zijn over de stakingswinst.
Zorgkosten
Per 1 januari 2028 zijn specifieke zorgkosten niet meer aftrekbaar. Met name chronisch zieken, gehandicapten en ouderen met hoge zorguitgaven kunnen hierdoor te maken met een hogere belastingdruk en lagere belastingteruggaven. Het kabinet heeft aangekondigd te werken aan een compensatieregeling voor mensen met een chronische ziekte.
Langere onzekerheid over box 3
Het kabinet heeft de Eerste Kamer gevraagd de stemming over de nieuwe box 3-wet op basis van het werkelijk rendement, die per 2028 moet ingaan, uit te stellen. Hierdoor bestaat nog steeds onzekerheid over de definitieve vormgeving van box 3 vanaf 2028. De verdere behandeling is doorgeschoven naar het voorjaar van 2027. Voor belastingplichtigen blijft daardoor voorlopig onduidelijk hoe inkomsten uit vermogen vanaf 2028 exact zullen worden belast.
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Tarief
In 2026 bedraagt het vennootschapsbelastingtarief 19% tot een belastbaar bedrag van € 200.000 en het tarief over het meerdere 25,8%. Dit wijzigt niet in 2027.
DUURZAAMHEID EN INNOVATIE
Energie-investeringsaftrek (EIA)
De EIA is een fiscale stimuleringsregeling voor ondernemers die investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen of duurzame energietechnieken die zijn opgenomen op de Energielijst. Naast de normale afschrijving mag een ondernemer een extra percentage van het investeringsbedrag in aftrek brengen op de fiscale winst. Hierdoor betaalt de ondernemer minder inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Het EIA-percentage wordt verhoogd van 40% naar 45,5%. Dit geldt voor zowel de inkomsten- als de vennootschapsbelasting.
Maximum forfait innovatiebox omhoog
Het kabinet stelt voor het maximum forfait van de innovatiebox te verhogen van € 25.000 naar € 100.000. Hierdoor kunnen ondernemers die zelf innovaties ontwikkelen meer belastingvoordeel krijgen.
OVERDRACHTSBELASTING
Tarief overdrachtsbelasting
Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf van de koper dienen (zoals een woning voor verhuur of een vakantiewoning) wordt per 1 januari 2027 verlaagd van 8% naar 7%. Het tarief voor andere onroerende zaken, zoals bedrijfspanden, blijft gelijk.
VERVOER
Stijging reiskostenvergoeding
De onbelaste reiskostenvergoeding is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging geldt voor de onbelaste vergoedingen aan werknemers, maar ook voor de eigen zakelijke ritten van ondernemers.
Pseudo-eindheffing bij privégebruik benzine- en dieselauto’s
Werkgevers die vanaf 2027 een personenauto met CO2-uitstoot aan werknemers ter beschikking stellen voor privégebruik, krijgen te maken met een nieuwe pseudo-eindheffing. Deze heffing komt bovenop de reguliere loonheffingen en de bestaande bijtellingsregeling.
De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto per jaar en komt volledig voor rekening van de werkgever. Volledige elektrische auto’s vallen buiten de regeling.
Voor personenauto’s die uiterlijk op 31 december 2026 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, was een overgangsrecht tot 17 september 2030 aangekondigd. Het kabinet stelt voor dit overgangsrecht te verlengen tot en met 31 december 2030.
Daarnaast komen er vrijstellingen voor tijdelijk vervangende auto’s, handgeschakelde lesauto’s en auto’s die voor niet meer dan 7 dagen in één kalenderjaar ook voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking worden gesteld.
Youngtimerregeling
Voor oudere auto’s (youngtimers) geldt een bijtellingspercentage van 35% over de waarde in het economisch verkeer (dagwaarde).
De leeftijdsgrens voor youngtimers zou per 1 januari 2027 stijgen van 16 naar 25 jaar. Dit wordt aangepast:
- Vanaf 1 januari 2027 geldt de regeling voor auto’s vanaf 17 jaar;
- Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling voor auto’s vanaf 20 jaar.
De eerdere verhoging naar 25 jaar gaat niet door.
ACCIJNS
Alcoholaccijns omhoog
Vanaf 1 januari 2027 wordt de alcoholaccijns jaarlijks geïndexeerd. Hierdoor stijgt de accijns voortaan automatisch mee met de inflatie.
Vragen over deze maatregelen?
Heb je vragen over de gevolgen van het Belastingplan 2027 voor jouw onderneming of privésituatie? Neem dan contact met ons op!
